NaNa Law Library세계 법령포털

NL · act · nl

Wet van 28 augustus 1851, regelende de onteigening ten algemeenen nutte

BWB official full consolidated legal unit; expression 2024-01-01_0; validity 2024-01-01 to 9999-12-31; repository latest item as retrieved; current-force status not independently assessed.

Official source / 공식 원문

Publisher
KOOP — Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Retrieved
2026-10-25T06:59:46.785529Z
Reuse
Auteurswet Article 11 statutory copyright exclusion; official BWB dataset CC0 1.0 · Reuse terms
Source SHA-256
d3c7de3667a47b83c9be981ea2b4283bd364980c5a6d69c8701327f07ecc6867
Text SHA-256
8f8c83e98d1861822f06942ae74e2fed12989d619ca1dab0c639fe6e6435ab94

Source: KOOP, Basis Wetten Bestand, BWBR0001842, official expression 2024-01-01_0, retrieved 2026-10-25. https://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0/. XML converted to plain text; metadata removed; no translation.

Reuse conditions

Changes: Official original-language XML converted to UTF-8/LF plain text. Technical metadata and editorial correction metadata excluded; legal numbering, provisions, tables and textual annexes retained. No translation.

Original-language source text; no translation. HTML text extraction may not preserve tables, forms or reading order. Independent, unofficial reproduction. Check the official source for legal force, version and complete formatting.

Wet van 28 augustus 1851, regelende de onteigening ten algemeenen nutte
Onteigeningswet
Wij WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten;
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is, de onteigening ten algemeenen nutte, in overeenstemming met art. 147 der Grondwet, bij de wet te regelen;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Algemeene bepalingen
Artikel
1
Vervallen
Artikel
2
Vervallen
Artikel
3
Vervallen
Artikel
4
Vervallen
Titel
I
Over onteigening in gewone gevallen
Hoofdstuk
I
Over hetgeen aan de verklaring van het algemeen nut vooraf behoort te gaan
Artikel
5
Vervallen
Artikel
6
Vervallen
Artikel
7
Vervallen
Artikel
8
Vervallen
Artikel
9
Vervallen
Hoofdstuk
II
Over de eindaanwijzing der te onteigenen goederen
Artikel
10
Vervallen
Artikel
11
Vervallen
Artikel
12
Vervallen
Artikel
13
Vervallen
Artikel
14
Vervallen
Artikel
15
Vervallen
Artikel
16
Vervallen
Hoofdstuk
III
Van het geding tot onteigening
Artikel
17
Vervallen
Artikel
18
Vervallen
Artikel
19
Vervallen
Artikel
20
Vervallen
Artikel
21
Vervallen
Artikel
22
Vervallen
Artikel
23
Vervallen
Artikel
24
Vervallen
Artikel
25
Vervallen
Artikel
26
Vervallen
Artikel
27
Vervallen
Artikel
28
Vervallen
Artikel
29
Vervallen
Artikel
30
Vervallen
Artikel
31
Vervallen
Artikel
32
Vervallen
Artikel
33
Vervallen
Artikel
34
Vervallen
Artikel
35
Vervallen
Artikel
36
Vervallen
Artikel
36a
Vervallen
Artikel
37
Vervallen
Artikel
38
Vervallen
Artikel
39
Vervallen
Artikel
40
Vervallen
Artikel
40a
Vervallen
Artikel
40b
Vervallen
Artikel
40c
Vervallen
Artikel
40d
Vervallen
Artikel
40e
Vervallen
Artikel
40f
Vervallen
Artikel
41
Vervallen
Artikel
41a
Vervallen
Artikel
42
Vervallen
Artikel
42a
Vervallen
Artikel
43
Vervallen
Artikel
44
Vervallen
Artikel
45
Vervallen
Artikel
46
Vervallen
Artikel
47
Vervallen
Artikel
48
Vervallen
Artikel
49
Vervallen
Artikel
50
Vervallen
Artikel
51
Vervallen
Artikel
52
Vervallen
Artikel
53
Vervallen
Artikel
54
Vervallen
Hoofdstuk
IIIa
Afdeling
1
Van de opneming door de deskundigen voor de aanvang van het geding
Artikel
54a
Vervallen
Artikel
54b
Vervallen
Artikel
54c
Vervallen
Artikel
54d
Vervallen
Artikel
54e
Vervallen
Afdeling
2
Van de vervroegde uitspraak over de onteigening
Artikel
54f
Vervallen
Artikel
54g
Vervallen
Artikel
54h
Vervallen
Artikel
54i
Vervallen
Artikel
54j
Vervallen
Artikel
54k
Vervallen
Artikel
54l
Vervallen
Artikel
54m
Vervallen
Artikel
54n
Vervallen
Artikel
54o
Vervallen
Artikel
54p
Vervallen
Artikel
54q
Vervallen
Artikel
54r
Vervallen
Artikel
54s
Vervallen
Artikel
54t
Vervallen
Hoofdstuk
IV
Over de betaling van de schadeloosstelling
Artikel
55
Vervallen
Artikel
56
Vervallen
Artikel
57
Vervallen
Artikel
58
Vervallen
Artikel
59
Vervallen
Artikel
60
Vervallen
Artikel
61
Vervallen
Titel
II
Over de onteigening voor aanleg, herstel, versterking of onderhoud van waterkeringen en bouw van militaire verdedigingswerken
Artikel
62
Vervallen
Artikel
63
Vervallen
Artikel
64
Vervallen
Artikel
64a
Vervallen
Artikel
64b
Vervallen
Artikel
65
Vervallen
Artikel
66
Vervallen
Artikel
67
Vervallen
Artikel
68
Vervallen
Artikel
69
Vervallen
Artikel
70
Vervallen
Artikel
71
Vervallen
Artikel
72
Vervallen
Titel
IIa
Over onteigening van wegen, bruggen, bermen, bermslooten en kanalen en onteigening voor aanleg en verbetering van wegen, bruggen, spoorwegwerken, kanalen, havenwerken, werken ten behoeve van de bestrijding van verontreiniging van oppervlaktewateren en terreinen en werken ten behoeve van verbetering of verruiming van rivieren
Artikel
72a
Vervallen
Titel
IIb
Over onteigening ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening en van de verwijdering van afvalstoffen
Artikel
72b
Vervallen
Titel
IIc
Over onteigening in het belang van de winning van oppervlaktedelfstoffen
Artikel
72c
Vervallen
Artikel
72d
Vervallen
Titel
III
Over onteigening in geval van buitengewone omstandigheden
Artikel
73
1
Wanneer in geval van brand of watersnood, ogenblikkelijke inbezitneming volstrekt noodzakelijk geacht wordt, kan deze op last van de hoogste burgerlijke overheid, ter plaatse aanwezig, geschieden.
2
Ingeval van watersnood kan ook het dagelijks bestuur van het waterschap, dat met de zorg voor de waterkering is belast, de voorzitter van dat waterschap en ieder daartoe door dat dagelijks bestuur van het waterschap aangewezen lid van dat bestuur, ter vervulling van die taak die last geven.
3
Door watersnood wordt niet enkel het geval verstaan dat dijken zijn doorgebroken of overstroomingen hebben plaats gehad, maar ook dat van dringend of dreigend gevaar voor doorbraak of overstrooming.
4
De eigendom gaat onmiddellijk op dengene over, in wiens naam de inbezitneming is geschied, vrij van alle met betrekking tot de zaak bestaande lasten en rechten. Waterschaps- en soortgelijke lasten en alle belastingen waarmee het onteigende is bezwaard, gaan met ingang van de dag van de inbezitneming op hem over.
5
Het besluit tot inbezitneming wordt zo spoedig mogelijk in de openbare registers ingeschreven. Door het besluit waardeloos geworden inschrijvingen van hypotheken en beslagen worden ambtshalve doorgehaald. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
Artikel
74
1
Zodra mogelijk na de onteigening, biedt degene die de onteigening bevolen heeft aan de onteigende gerechtelijk een schadevergoeding aan, of, als onder degene die de onteigening bevolen heeft, beslag op de schadeloosstelling is gelegd, consigneert die het bedrag dat zonder het beslag aan de beslagene had moeten worden uitbetaald volgens de Wet op de consignatie van gelden.
2
Indien dit aanbod of die consignatie niet binnen drie maanden is geschied, alsmede wanneer met het aangebodene of geconsigneerde geen genoegen wordt genomen, kan de schadevergoeding in regten door de onteigenden worden gevorderd.
3
In het eerste geval kan de Staat, de provincie, de gemeenten of het waterschap de bedoelde schadeloosstelling van hen, die de onteigening gelast hebben, persoonlijk terugvorderen, ten ware het verzuim buiten hunne schuld mogt hebben plaats gehad.
Artikel
75
De wettelijke interessen der verschuldigde schadevergoeding moeten van den dag der inbezitneming aan de onteigenden worden betaald.
Artikel
76
Wanneer hij, in wiens naam de onteigening gelast is, den eigendom van de zaak niet langer voor het beoogde doel noodig acht, en er nog geene drie jaren sedert de onteigening verloopen zijn, is de onteigende bij voorkeur boven alle anderen tegen betaling van den prijs, door deskundigen te begrooten, tot de verkrijging daarvan geregtigd.
Artikel
76a
1
Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de artikelen 76a bis tot en met 76f bis in werking worden gesteld.
2
Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.
3
Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
4
Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5
Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
6
Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.
Artikel
76a bis
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1
Wanneer ogenblikkelijke inbezitneming volstrekt noodzakelijk geacht wordt, kan deze op last van de hoogste militaire autoriteit, ter plaatse aanwezig, geschieden onder zo spoedig mogelijke afgifte van een schriftelijk bewijsstuk van de inbezitneming.
2
Op de in het eerste lid bedoelde inbezitneming is het bepaalde in artikel 73, ten aanzien van de eigendomsovergang en de overschrijving in de openbare registers, van overeenkomstige toepassing.
Artikel
76a ter
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1
Door of op last van de burgemeesters kunnen, na bijzondere of algemene machtiging van Onze Minister van Economische Zaken, levensmiddelen, grondstoffen van levensmiddelen, huishoudelijke artikelen en brandstoffen onmiddellijk in bezit worden genomen onder zo spoedig mogelijke afgifte van een schriftelijk bewijsstuk van de inbezitneming.
2
De op grond van het eerste lid in bezit genomen waren worden onverwijld, op door de burgemeester te bepalen wijze, ter beschikking gesteld ten behoeve van de bevolking van de gemeente of van aldaar bestaande bedrijven, tegen prijzen, die niet te boven gaan de daarvoor door Onze voornoemde Minister bepaalde bedragen.
3
De schadeloosstelling, voor de in bezit genomen waren door de gemeente te bepalen, wordt door twee schatters, elk afzonderlijk, geschat, en een bon voor het gemiddelde van die twee schattingen wordt aan de vroegere houder van de waren gegeven.
4
Het bedrag van deze bonnen wordt als verplichte uitgave van de gemeente aangemerkt en zo spoedig mogelijk uitbetaald.
5
De schatters worden door Onze voornoemde Minister of, ingevolge diens bijzondere of algemene machtiging, door de burgemeester benoemd.
6
Artikel 75 is van toepassing.
Artikel
76b
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
Indien degene, onder wien de burgemeester in het vorig artikel genoemde waren in bezit wil nemen, onmiddellijk ten genoegen van den burgemeester aanbiedt zelf op door dezen goedgekeurde wijze die waren ter beschikking te stellen tegen prijzen, die niet te boven gaan de daarvoor door Onzen voornoemden Minister bepaalde bedragen, kan de burgemeester de inbezitneming opschorten.
Artikel
76c
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1
Onze voornoemde Minister kan bepalen, dat de burgemeester bepaalde soorten of hoeveelheden van genoemde waren in bezit zal nemen, alsmede dat van in bezit genomen waren gedeelten ter beschikking worden gesteld van den burgemeester eener andere gemeente tegen den prijs en op de wijze, door dien Minister te bepalen.
2
Voldoet de burgemeester niet onmiddellijk hieraan, dan geschiedt de inbezitneming en de terbeschikkingstelling van burgemeesters van andere gemeenten door dien Minister.
3
Alsdan wordt de schadeloosstelling bepaald op de wijze, bij artikel 76a ter geregeld, met dien verstande, dat de benoeming der schatters dan steeds geschiedt door dien Minister.
4
Het vierde en het laatste lid van artikel 76a ter zijn ook in dit geval van toepassing, met dien verstande, dat de uitgave komt ten laste van de gemeente, te welker behoeve de waren zijn beschikbaar gesteld.
Artikel
76e
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1
De burgemeester zoomede de door hem aan te wijzen ambtenaren zijn te allen tijde bevoegd de uitlevering te vorderen van de in bezit te nemen waren. Zij, alsmede de hen op hun last vergezellende personen hebben te allen tijde vrijen toegang tot alle plaatsen, waar redelijkerwijs vermoed kan worden, dat zich de waren bevinden. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich dien desnoods met inroeping van den sterken arm.
2
Is de plaats tevens eene woning of alleen door eene woning toegankelijk, dan treden zij deze tegen den wil des bewoners niet binnen dan op bijzonderen of algemeenen schriftelijken last van den burgemeester.
3
Van dit binnentreden wordt door hen procesverbaal opgemaakt.
Artikel
76f
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
In geval, op grond van artikel 7, eerste lid, of 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, bepalingen uit de Oorlogswet voor Nederland in werking zijn gesteld, geschieden de machtigingen, bedoeld in artikel 76a ter, eerste lid, niet dan na overleg met het militair gezag.
Artikel
76fbis
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1
Door of op last van de burgemeesters kunnen, na algemene of bijzondere machtiging van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, in de gemeente aanwezige verbruiksartikelen, bestemd voor bescherming en ontsmetting in het belang van de bestrijding van rampen en zware ongevallen, van de beperking van de onmiddellijke gevolgen daarvan alsmede van de voorbereiding op deze bestrijding en beperking, onmiddellijk in bezit worden genomen onder zo spoedig mogelijke afgifte van een schriftelijk bewijsstuk van de inbezitneming.
2
De artikelen 76a ter, derde lid tot en met zesde lid, 76b, 76c, 76e en 76f vinden overeenkomstige toepassing.
Titel
IV
Onteigening in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling, van de Volkshuisvesting, van de openbare orde en van de handhaving van de Opiumwet
Artikel
77
Vervallen
Artikel
78
Vervallen
Artikel
79
Vervallen
Artikel
80
Vervallen
Artikel
81
Vervallen
Artikel
82
Vervallen
Artikel
83
Vervallen
Artikel
84
Vervallen
Artikel
85
Vervallen
Artikel
86
Vervallen
Artikel
87
Vervallen
Artikel
88
Vervallen
Artikel
89
Vervallen
Artikel
90
Vervallen
Artikel
91
Vervallen
Artikel
92
Vervallen
Artikel
93
Vervallen
Artikel
94
Vervallen
Artikel
95
Vervallen
Artikel
95a
Vervallen
Artikel
96
Vervallen
Titel
V
Over onteigening van octrooien van uitvinding
Artikel
97
Vervallen
Artikel
98
Vervallen
Artikel
99
Vervallen
Artikel
100
Vervallen
Artikel
101
Vervallen
Artikel
102
Vervallen
Artikel
103
Vervallen
Artikel
104
Vervallen
Titel
Va
Over de onteigening van de rechten, voortvloeiende uit eene aanvrage om octrooi
Artikel
104A
Vervallen
Artikel
104B
Vervallen
Artikel
104C
Vervallen
Titel
VI
Over onteigening in het belang der verkrijging door landarbeiders van land met woning in eigendom of van los land in pacht
Artikel
105
Vervallen
Artikel
106
Vervallen
Artikel
107
Vervallen
Artikel
108
Vervallen
Artikel
109
Vervallen
Artikel
110
Vervallen
Artikel
111
Vervallen
Artikel
112
Vervallen
Artikel
113
Vervallen
Artikel
114
Vervallen
Artikel
115
Vervallen
Artikel
116
Vervallen
Artikel
117
Vervallen
Artikel
118
Vervallen
Artikel
119
Vervallen
Artikel
120
Vervallen
Artikel
121
Vervallen
Titel
VII
Over onteigening in het belang van de landinrichting
Artikel
122
Vervallen
Artikel
123
Vervallen
Artikel
124
Vervallen
Titel
VIIa
Evaluatie
Artikel
125
Vervallen
Artikel
126
Vervallen
Artikel
127
Vervallen
Artikel
128
Vervallen
Artikel
129
Vervallen
Artikel
130
Vervallen
Artikel
131
Vervallen
Artikel
132
Vervallen
Artikel
133
Vervallen
Artikel
134
Vervallen
Artikel
135
Vervallen
Artikel
136
Vervallen
Artikel
137
Vervallen
Artikel
138
Vervallen
Artikel
139
Vervallen
Artikel
140
Vervallen
Titel
VIII
Over onteigening in het belang der natuurbescherming
Artikel
141
Vervallen
Artikel
142
Vervallen
Artikel
143
Vervallen
Artikel
144
Vervallen
Artikel
145
Vervallen
Artikel
146
Vervallen
Artikel
147
Vervallen
Artikel
148
Vervallen
Artikel
149
Vervallen
Artikel
150
Vervallen
Artikel
151
Vervallen
Artikel
152
Vervallen
Artikel
153
Vervallen
Artikel
154
Vervallen
Slotbepalingen
Artikel
155
Vervallen
Artikel
156
Vervallen
Artikel
157
Deze wet kan worden aangehaald onder den titel van "onteigeningswet".
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's Gravenhage
den 28sten Augustus 1851
WILLEM.
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
THORBECKE.
den zesden September 1851.
De Staatsraad, Directeur van het Kabinet des Konings,
A. G. A. VAN RAPPARD.

Main index

More Apps